Het CBR verdeelt de AVB oefeningen over vier clusters. Uit elk cluster is één oefening verplicht, de rest kiest de examinator. Hieronder staan alle twaalf AVB examen oefeningen uitgetekend zoals ze op het terrein liggen, met de eisen die erbij horen. Oranje is jouw lijn, geel zijn de pylonen.
Cluster 1Verplicht
Achteruit parkeren en standaard gebruiken
Je loopt rechts naast de motor over de rijbaan, parkeert hem achterwaarts in een denkbeeldig vak en zet hem op de standaard. Daarna haal je hem er weer af en loop je naar rechts het vak uit. Dit is de enige oefening waarbij je niet op de motor zit. Let op je balans bij het achteruit duwen, dat is waar de meeste kandidaten hun voeten verliezen.
Cluster 2Verplicht
Langzame slalom
Slingeren tussen pylonen die kort achter elkaar staan. Er geldt geen minimumsnelheid, maar door de kleine tussenafstand kom je vanzelf op stapvoets tempo uit. Slippende koppeling is verplicht en je mag geen pylon raken. Balans, blikrichting en gasdosering moeten samenvallen, dit is de oefening die de meeste lestijd vraagt.
Cluster 2Keuze
Wegrijden uit parkeervak
Vanuit stilstand rijd je een parkeervak uit, maakt direct een haakse bocht en rijdt dan enkele meters rechtdoor over een rijbaan van drie meter breed. Het gaat om gecontroleerd wegrijden en meteen scherp insturen zonder te wiebelen. Kijk waar je heen wilt, niet naar je voorwiel.
Cluster 2Keuze
Denkbeeldige acht
Een complete acht rijden binnen een rechthoekig kader, met trekkende motor en een gelijkmatige snelheid. Je mag je voetrem gebruiken en eventueel de koppeling laten slippen. De valkuil is dat kandidaten in de tweede lus versnellen en dan buiten het kader komen. Houd het tempo constant en kijk telkens naar het punt waar je uitkomt.
Cluster 2Keuze
Stapvoets rechtdoor rijden
Twintig meter naast de lopende examinator blijven rijden, dus letterlijk op wandeltempo. Voeten blijven op de voetsteunen, slippende koppeling gebruik je continu en je voetrem mag je erbij inzetten. Zodra je gaat wiebelen is de reflex om gas los te laten, terwijl je juist iets meer gas met meer koppeling nodig hebt.
Cluster 2Keuze
Halve draai links- of rechtsom
Je rijdt met licht trekkende motor over een denkbeeldige rijbaan en maakt na de tweede pylon in één vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts. Daarna rijd je terug naar het startpunt. De examinator bepaalt de richting. Eén vloeiende beweging is het criterium, dus corrigeren met een extra stukje rechtdoor kost je de oefening.
Cluster 3Verplicht
Uitwijkoefening
Je komt met vijftig kilometer per uur door de poort aanrijden. Vijftien meter daarna staat een denkbeeldig muurtje van pylonen waar je naar links omheen moet, om daarna direct terug te keren naar je eigen weghelft. Dit is puur stuurimpuls en durf. Wie te vroeg begint te sturen komt te ver van de lijn af, wie te laat is raakt het muurtje.
Cluster 3Keuze
Snelle slalom
Zes pylonen die verder uit elkaar staan dan bij de langzame slalom, te nemen met minstens dertig kilometer per uur en trekkende motor. Vloeiend en gelijkmatig is het toverwoord: de examinator kijkt of het ritme constant blijft, niet of je snel bent. Hangen met je bovenlichaam helpt hier meer dan aan het stuur trekken.
Cluster 3Keuze
Vertragingsoefening
Optrekken vanuit stilstand naar vijftig kilometer per uur in minimaal de derde versnelling. Na het tweede poortje rem je terug naar dertig, schakel je minstens één versnelling omlaag en slalom je om drie pylonen die acht meter uit elkaar staan. Het combineren van remmen, terugschakelen en meteen sturen is wat deze oefening lastig maakt.
Cluster 4Verplicht
Noodstop
Minimaal vijftig kilometer per uur en na het poortje maximaal remmen om zo snel mogelijk stil te staan, zonder de controle te verliezen. Voorrem is hier veruit het belangrijkst. Wie alleen achter remt, komt niet aan de vereiste remweg, en wie in paniek grijpt blokkeert het voorwiel. Progressief knijpen is de techniek.
Cluster 4Keuze
Precisiestop
Je rijdt vijftig kilometer per uur, remt beheerst zodra je het poortje van twee pylonen passeert en brengt de motor zeventien meter verderop precies tot stilstand. Anders dan bij de noodstop gaat het hier niet om kort, maar om exact. Te hard remmen is net zo goed fout als te zacht.
Cluster 4Keuze
Stopproef
Hier draait het om technisch correct remmen met een korte remweg. Kort voordat je stilstaat schakel je terug naar de eerste versnelling, zodat je meteen weer weg zou kunnen rijden. De examinator let op de combinatie van voor- en achterrem, de koppeling en of je op tijd in de juiste versnelling zit.